Daphne gaat op zoek naar de culinaire curiositeiten van Suriname. In Paramaribo wordt ze nog uit de keuken gejaagd. Daar koken de mannen. Omdat ze niet alleen wil consumeren trekt Daphne per boot over de rivier naar de binnenlanden. In een indianendorpje wordt ze opgewacht door ‘Granny’ die cassavebier (kasiri) met haar gaat maken. Nadat de knol is geschild, geraspt en uitgeperst rest er een klonterige substantie die glad moet worden gekauwd. Daphne: “Kan dat niet gewoon met een zeef.”