Thuis op de beurs





Powered by 




Beleggingsfondsen versus Trackers 

In deze les komen beleggingsfondsen en trackers aan bod.

Beleggingsfondsen
Veel mensen kiezen er voor om hun geld gewoon in een beleggingsfonds te stoppen in de veronderstelling dat ze er verder geen omkijken meer naar hebben.

Voordelen
De hoofdreden om in een beleggingsfonds te stappen is toch dat je geld professioneel en deskundig wordt beheerd, je wereldwijd zit gespreid en bovendien heb je er geen omkijken naar. In principe op het eerste gezicht dus vooral voordelen.

Nadelen
In de praktijk kleven er echter heel wat nadelen aan beleggingsfondsen. Ten eerste zijn er hoge kosten: beheerskosten, vergunningkosten, transactiekosten, er moet research worden gedaan, personeels- en overheadkosten, bonussen en marketing. En omdat deze kosten uiteraard allemaal door de klant betaald worden is het verstandig af te vragen hoe hoog die kosten dan wel zijn.

Kosten
Er is anderhalf jaar geleden een raport door de Autoriteit Financiele Markten gepubliceerd waaruit bleek dat de kostenstructuur vaak zeer ontransparant is. Gemiddeld liggen de kosten rond de 2% per jaar. Maar er zijn ook beleggingsfondsen die rustig 5% rekenen. Daarnaast moet een tussenpersoon vaak ook nog eens betaald worden.

Trackrecord
Begin november was nog in het nieuws dat er ook veel te doen was omtrent beleggingsverzekeringen voor het aflossen van de hypotheek. Hieruit bleek dat van iedere geïnversteerde Euro er uiteindelijk slechts 60 cent werd belegd. Dat is weliswaar erg veel, maar u krijgt er daarentegen wel veel kwaliteit voor terug. Althans dat zou je denken. In realiteit is dat nog maar de vraag. Hiervoor moet er gekeken worden naar de prestaties dat een beleggingsfonds in de afgelopen jaren heeft geleverd. Dit noemen we het trackrecord. Zo krijgt u een beter in beeld in welke mate een beleggingsfonds in staat is geweest een bepaald rendement te behalen en of hier grote fluctuaties in zaten. De de uiteindelijke prestatie worden echter meestal gemeten met behulp van een benchmark.

Benchmark
Robeco scoorde in 2005 een beter rendement dan de AEX. De benchmark. In dit geval is de vergelijkingsmaatstaf daarbij de AEX. Voor een Nederlands Beleggingsfonds kan dat, maar om wereldwijd te vergelijken wordt als benchmark vaak de MSCI world-index gehanteerd.

Ouperformers & underperfomrers
Robeco deed het in 2006 overigens weer een stuk slechter dan de AEX. De hoge kosten zorgen er voor dat de resultaten vaak tegen vallen. Uit onderzoek van de Alex Academy en de Universiteit van Maastricht is gebleken dat slechts een kwart van 2500 Nederlandse beleggingsfondsen het in de afgelopen jaren beter of evengoed heeft gedaan als de AEX. Dit noemen we outperformers. En dat betekent driekwart dus slechter. De underperformers. Dat is inderdaad niet om over naar huis te schrijven. Uiteindelijk zijn er dus maar een paar 'paarden' die zullen winnen.

Tracker
Nu is het zo dat deze beleggingsfondsen actief worden beheerd. Er wordt dus veel aandacht aan besteed. Er zijn ook beleggingsfondsen die passief worden beheerd en dus een lagere kostenstructuur hebben. Zo was de AEX een gewogen gemiddelde van 25 aandelen. Stel u nu eens voor dat we exact deze index kopieren met aandelen in precies dezelfde verhouding als de AEX-index. Dat zou betekenen dat we exact hetzelfde rendement of verlies maken als de AEX. Oftewel dezelfde prestaties als de AEX. Dan bent u dus een marketperformer.

Nu hoeft u dat niet zelf te doen, maar u kunt gewoon een tracker kopen. Deze volgt een index; het is een passief gemanaged beleggingsfonds. Zo’n tracker kan gekocht worden op de AEX, maar ook op de Nikkei of de Dow en zelfs op een bepaalde sector. Als de AEX 14% stijgt, dan zal de tracker ook met 14% stijgen. Meestal ligt dit rond de 0,25%, maar u krijgt ook nog eens dividend. Maar je haalt dus ook nooit een hoger rendement dan de Index. Je bent eigenlijk aan het wedden op het gemiddelde paard. Je wint nooit de hoofdprijs, verliest nooit groot, maar hebt gewoon het gemiddelde van de aandelen. Daar moet u zich echter bij neerleggen, maar bedenk dan ook dat driewart de afgelopen jaren slechter presteerde.

Kortom
De kostenstructuur zal de echte Nederlander in ieder geval aanspreken. Daarbij moet u alles goed overwegen en letten op de volgende punten:

1. Beleggingsfondsen schelen een hoop tijd omdat uw geld wordt beheerd
2. Nadeel is dat de resultaten niet altijd even goed zijn door hoge kosten
3. Een tracker volgt een index en kent een lage kostenstructuur


In de volgende les komt aan bod hoe u zelf kunt beleggen, want dan gaan we het hebben over callopties.

___________________________________________________ 

  1 / 6

Een stapje verder? 

Wilt u uw kennis nóg verder uitbreiden? Overweeg dan een workshop of training te volgen. Verschillende onderwerpen omtrent beleggen en de beurs komen hier aan bod. En u kunt op verschillende niveaus instappen.

Workshops »
Beleggingstraining »

 

Bekijk deze les in bewegend beeld en geluid!

  

Overige lessen 

Les 1:Het verschil tussen ‘links’ en ‘rechts’ beleggen: emotie versus ratio
Les 2:Ontwikkelen van een persoonlijk beleggingsplan: welke doelstelling en horizon is reëel?
Les 3:Risico-management en handelsregels: hoe kan ik rustig slapen?
Les 4:Portefeuille samenstellen: waar begin ik en hoe spreid ik?
Les 5:Fundamentele en Technische Analyse: de eeuwige strijd
Les 6:Aandelen I
Les 7:Aandelen II: de waarde van een aandeel verder uitgelicht
Les 8:Obligaties en convertibles: defensief alternatief voor sparen?
Les 9:Beleggingsfondsen versus Trackers: wordt de index verslagen?
Les 10:Put optie als verzekering op aandelen
Les 11:Call optie in plaats van aandelen
Les 12:Timing op basis van Technische Analyse
Les 13:Turbo’s: racen met het hefboomeffect

VODcast 

Wilt u geen enkele les missen? Abonneer u dan op de Thuis Op de Beurs VODcast.

Zo krijgt u iedere week automatisch een beleggingsles in uw I-Tunes zodat u deze op uw PC, maar natuurlijk ook op uw I-Pod terug kan kijken. Zo krijgt u in 13 korte filmpjes een gratis cursus beleggen.